Aanslag

De slachtoffers van de aanslag in de sneltram naar Utrecht hebben een gezicht gekregen. Een vrouw van slechts 19 jaar oud en twee mannen van 28 en 49. Roos Verschuur en Rinke Terpstra , de naam van de 28-jarige man is nog niet bekend. Uit het leven gerukt door een meedogenloze crimineel die het vuur opende.
Drie nietsvermoedende, onschuldige mensen, zich veilig wanend in Utrecht. Op weg naar werk of studie, wellicht met een muziekje in de oren of met een krantje op schoot. Rinke is een vader van drie, en trainer bij voetbalclub DESTO in Leidsche Rijn. Een vader zoals ieder andere vader: lekker bezig op het sportveld met de kinderen of trots aanmoedigend langs de lijn.
 
Op die kille maandagochtend toog ik naar het centrum voor een cadeautje, want Echtgenoot was de volgende dag jarig. Eerst even naar het actievoeren voor een beter pensioen op het Jaarbeursplein, wie weet levert het inspiratie op voor een mooi verhaal. Afsluitend nog een kopje koffie met broer, een gezellige maandag.
 
Het miezert als ik tegen half elf onder het bollendak door richting roltrappen wandel. „Ga je ook staken?”, vraagt een vriendelijke man die achter mij op de roltrap staat. Hij draagt een NS-uniform. „Nee ik niet, maar u heeft zeker wel gestaakt?”, vraag ik hem belangstellend. Terwijl hij zijn verhaal vertelt, word ik afgeleid door sirenes. Niets geks in een drukke stad, ik hoop maar dat er geen naar verkeersongeluk is gebeurd. De mensen op het plein scanderen ondertussen ’actie, actie, actie!’. Toch is de sfeer gemoedelijk, natuurlijk, dit is Utrecht.
 
Steeds die sirenes. Een politiehelikopter cirkelt rond in de lucht. Ik zie zwaailichten heel dichtbij. Een vrouw waarmee ik op dat moment in gesprek ben – een werkneemster van de FNV – leest een appje en snelt weg. „Ik heb ordedienst, er zijn doden gevallen”, haar verschrikte stem verdwijnt in de massa. Ze laat mij huiverend achter. Wat is er gebeurd en waar, dit voelt helemaal niet goed. ’Actie, actie, actie!’ scandeert de meute weer, op het Jaarbeursplein lijkt er in ieder geval niets aan de hand te zijn. De berichtenstroom over een schietpartij bij het 24 Oktoberplein komt al snel op gang. Nog veel is onduidelijk, maar een vreemde dreiging hangt voelbaar in de koude lucht.
 
Nadat ik een warme kop koffie had gedronken, samen met mijn broer in Het Gegeven Paard, belt jongste zoon vanuit zijn school in Woerden: „Mama, de bussen en treinen rijden niet meer. Ik kan niet naar huis komen.” Dan pas komt het besef dat het leven in Utrecht ontwricht is. Dat er iets verschrikkelijks is gebeurd. Er slachtoffers zijn gevallen en het gevaar misschien nog niet geweken is. „Mama, gaat het wel goed met je, je bent toch in de stad?”, whatsappt mijn oudste bezorgd. “De school is op slot, niemand mag er meer in of uit.” Ik vraag hem of hij mij op de hoogte wil houden, in mijn mailbox ontvang ik zojuist een mail van school.
Ik loop haastig door een spookachtig centrum, via de Bijenkorf – waar alleen nog maar wat winkelpersoneel ronddrentelt – richting de garage. Zou de weg wel vrij zijn? Ik voel angst en onzekerheid, en ik wil alleen maar zo snel mogelijk thuis zijn om mijn kinderen  op te vangen. 
 
Mijn twee zoons en ik brachten hun vader gisteren een ontbijt op bed. We hadden geen cadeautje voor zijn verjaardag, we hielden elkaar en het leven – een kwetsbaar cadeau – alleen maar even heel stevig vast. Het leven dat voor drie onschuldige mensen in een tram in Utrecht zo’n vreselijk oneerlijke wending nam.
Geschreven 19 maart 2019 voor De Telegraaf Utrechtpagina.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *