Beroving

Beroving

Daar zaten we dan. Wel de laatste plek waarin je op een toch al miezerige zondagmiddag wenst te zetelen. In een smal kamertje waarin maar net een bureautje en een bureaustoel passen, en de twee sobere stoelen waar wij zojuist uitnodigend op werden gewezen. Thee, koffie, water? Nee hoefde niet, net uitgebreid geluncht. Op zondag een traditie: gezelligheid aan tafel, al dan niet met logés. De inval kan mij niet zoet genoeg zijn, ergens een potsierlijke woordspeling, gezien de plek waar ik mij bevond.

Kale muren, weinig afleiding. Alleen een Loesje-spreuk in een lijstje die mijn mondhoeken omhoog deed moveren: “Wil degene die mijn fiets gejat heeft, ook effe mijn krantenwijk overnemen.” Geeft wel weer hoe irritant het is als onverlaten niet met hun tengels van andermans spullen af kunnen blijven. Een deel van het raam in het kantoortje is niet geblindeerd, onder schaduwen van uniformen liepen robuuste schoenen in stevige tred door de gang. Vrolijk gelach.

Gebiologeerd keken jongste en ik naar de piepjonge agente tegenover ons. Haar gemêleerd-blonde paardenstaart, lichtblozende gezicht zonder spoortje van make-up en stevige zwarte laarsjes met zilveren gespen waren stoer en aandoenlijk tegelijk. Wat hij dan had gezien van de beroving van het schoolmaatje met wie hij vanaf Woerden naar huis fietste. Zorgeloos en vrolijk, tot hij werd klemgereden door een paar gecapuchoneerde scootergasten, aan wie hij na dreigementen geschrokken en huilend zijn muziekbox afstond.

Haar lichtrood gelakte nagels raasden vastberaden over de toetsen, ervan overtuigd dat iedere letter die ze tikte haar dichter bij de daders zou brengen. Een ernstige zaak, zo zei ze, voor een straatroof met bedreiging of geweld staat in sommige gevallen zelfs wel twaalf jaar gevangenisstraf voor. Grote ogen naast mij.

Want op scholen kijken leerlingen er niet eens meer raar van op dat hun spullen verdwijnen. Rekenmachines, boeken, adapters, oortjes. Een stapje verder: mobiele telefoons en merkjassen. Viel van mijn stoel toen ik hoorde dat je op sommige scholen verdwenen (lees: gestolen) boeken zo gezegd kan terugkopen. Georganiseerde geodriehoekcriminaliteit, zeg maar. Zo was Holleeder vast en zeker ook begonnen.

Jongeren maken elkaar helemaal gek met dure telefoons, schoenen en jassen van honderden euro’s, die vast niet gekocht zijn op basis van het door Nibud geadviseerde maandelijkse kledinggeldbudget. Omdat een ‘tussenjas’ van vijfhonderd euro met een anti-diefstalklittenbandembleem voor velen niet haalbaar is, floreert de handel in nepmerkkleding. Vorige week werd in Utrecht nog een partij ter waarde van 200.000 euro in beslag genomen.

Het jatten van andermans spullen, het valt nooit goed te praten. Maar ik pleit wel voor een wereld zonder tussenjassen van vijfhonderd euro.

info@ursulavanduin.nl

 

De Telegraaf, 14 november 2018

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *