Duif

 

Op de heenweg zag ik het stel al lopen. Een man met een eind-vijftigersbuikje en een grote zak brood in zijn hand, en een vrouw met een kort, zwart klokkend jurkje aan. Haar gladde benen zouden die van een tiener kunnen zijn, en stonden in schril contrast met haar pluizige kapsel. Naast hen tippelde parmantig een chihuahua, u weet wel, zo’n gebruiksvriendelijk hondje dat je zó onder de arm meeneemt, en in de winter vaak een glimmend jasje draagt. Maar het was geen winter en de hond droeg geen jasje. Gelukkig maar.

Ik groette ze en mijn hond en ik togen opgewekt naar het park. Het is zondagochtend en ik word altijd blij van de ontwakende wijk. En dan doel ik uitdrukkelijk niet op een gebadjaste buurman, die lurkend aan een sigaret z’n doorvoede labrador zijn behoefte laat doen op een spaarzaam stukje grasveld in de wijk. Peuk en drol achterlatend. Nee, ik bedoel de vrolijk zingende vogels, de voorbijschietende fazanten met hun bonte lange staartveren, en de zwart-witte poes die met toegeknepen oogjes nog even ligt te soezen op het houten fietsenstallinkje in het park, voordat ze de jacht opent. Tja want wreed is de natuur soms wél.

Wanneer ik een half uurtje later weer terugliep, zag ik dat er in de verte een bijzonder tafereel gaande was, bij een schuin aflopende slootkant. Van een afstandje leek de situatie behoorlijk penibel. De pluizige vrouw in de zwarte, klokkende jurk hing daar schuin naar beneden, met de handen steunend op de oever. Haar man stond achter haar en hield ‘r vast bij haar gladde enkels. In deze gemelijke kruiwagenstand probeerde de vrouw met één hand iets uit het water te vissen. Ik kon niet zien wat het was, maar het hondje stond er ietwat beteuterd bij te kijken. Misschien was het een bal waar het nuffige dier de rechtmatige eigenaar van was? Hoewel, het leek mij niet waarschijnlijk dat die twee zichzelf alleen maar daarvoor in deze hachelijke houding hadden gelaveerd. Maar je weet het maar nooit, mensen doen wel eens gekkere dingen.

Ik liep om de sloot heen, om de boel van dichtbij te aanschouwen. Inmiddels stond de vrouw weer op beide benen, haar knieën waren zwart en ze zag er verfomfaaid uit. In haar hand een vogel. Een jonge duif, constateerde de buikige man, hij leek er verstand van te hebben. Ze hadden ‘m zo uit de boom in het water zien vallen. Maar ja, nu stonden ze daar met een chihuahua én een duif. Ik stelde voor om de dierenambulance te bellen, want ik had ook nooit eerder met dit bijltje gehakt. En zo geschiedde. Wreed is de natuur soms wel, maar die duif had het die zondagochtend ontegenzeggelijk getroffen.

gepubliceerd 17 april 2019 in De Telegraaf

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *