Hamertje Tik

Hamertje Tik

Volgens de organisatie van de ’Nationale Recycle Week’ – aankomende week – is afval vaak onzichtbaar: de apparaten liggen in lades, kasten en dozen. Tja. Peinzend over mijn zolder moet ik beamen dat ook daar wel de nodige apparaten in retraite zijn. Maar die schattige paddenstoel-met-rode-stippen-lampen, van het stel kleuters van weleer, zet je na gedane zaken niet ijskoud aan de kant toch? En wie weet komt die MS-Dos computer óóit nog wel eens van pas als er een wereldwijde computercrisis uitbreekt. Of zoiets.

Maar er zijn ook mensen die hun ontplofte föhns, versleten jus d’orange-persen en vastgelopen staafmixers op slinkse wijze proberen te lozen. Had dat laatst nog aan de hand. Ik fietste ’s avonds langs de ondergrondse containers in de buurt, want daar kom ik nu eenmaal langs als ik naar huis fiets en wie niet. Daar trof ik een ouder echtpaar. Tenminste ik denk dat het dat was, maar je weet het nooit. Misschien deelden ze slechts elkaars voordeur, strijkbout en Senseo-apparaat?

Het stel had de auto strak tegen de stoep geparkeerd bij de containers. Achterklep open. Achterbak vol met huisraad. Alsof ze abrupt een verhuizing hadden afgebroken, om in een strijkboutloze wereld het geluk te zoeken. Zonder vieze Senseo-koffie. Ik zag de man – die zich vermoedelijk niet alleen vaak aan koffie, maar ook aan het blond schuimend bier laafde – zojuist een jaren 70 schemerlamp met franjes door de vrij krappe ingang van de container drukken. Hij gaf er een paar ferme slagen op met een stuk hout. Hij had kennelijk iets af te rekenen met dat oude kreng, waar hij al járen een hekel aan had. Hij leek op een opgepompte peuter die Hamertje Tik deed, vastbesloten het ronde blokje door het ovale gaatje te rammen.

Zijn geelblonde, ronde vrouw stond klaar met een vergeelde kruimeldief. Had al zo’n vermoeden dat ze niet voornemens was de smoezelige auto te stofzuigen. Hup daar smeet de man ’m de container al in. Een duidelijke taakverdeling. Mijn geweten begon te wroegen. Was ik nu uitverkoren om het stel erop te attenderen dat ze dat niet allemaal in die container moesten dumpen, vooral eigenlijk omdat er dan straks weer geen plek was voor mijn vuilniszak? Misschien wísten ze het gewoon niet. Ze keken immers niet schichtig om zich heen, verre van dat.

Dus ik fietste een stukje terug en riep zoiets als: „Het afvalscheidingscentrum is hier ook echt heel dichtbij. Om de hoek.” En zij riepen zoiets als: „Houd je vuile tyfusbek en bemoei je met je eigen zaken. Stomme takketeef!” Even dacht ik dat de opgepompte peuter zijn hamertje ook nog naar mijn hoofd wilde slingeren. Maar het zat die dag bijzonder mee.

De Telegraaf, 9 oktober 2019

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *