Herenigd

Ding dong. Deurbel. Twee politieagenten. Oh nee, paniek. De kinderen? Echtgenoot? Ze kijken wel ernstig. Maar kijken ze dat niet altijd? Níet metéén aan het ergste denken, bemoedig ik mezelf.
 
Tja, dát moet je natuurlijk nooit tegen jezelf denken, dan gebeurt het juíst. Zo werken die dingen eenmaal. Het universum schijnt het woord ’niet’ compleet te negeren. Denk maar eens niet aan een paarse olifant. En waar denkt u aan? Dat bedoel ik dus. Een psychologisch dingetje, dat ik vermoedelijk uit een of ander zelfhulpboek heb opgepikt. Zo’n boek dat je na jaren van verstoffing voor een habbekrats op de vrijmarkt kwijt wil. Met een flesje oranjebitter in je knuist, betreffend werkje aanprijzend met een dubbele tong, terwijl iedereen direct door heeft dat het geld voor dat boek geenszins welbesteed zal zijn.
 
Misschien valt het mee. Heeft jongste telg snoepjes gestolen uit die verleidelijke bakken bij het Kruidvat. Deden we toch allemaal wel eens een keer? Kom op, nu niet opeens roomser zijn dan de paus hoor. Maar dan zou zoon hier toch ook moeten staan? Geboeid, en met het schaamrood op de schrokkerige kaken? In zijn gretige tengel een plastic zakje met half aangevreten winegums, onder dwang uitgespuugd bij het heterdaadje. Of zal hij zich verzet hebben bij de winegum-arrestatie, en heeft een peloton agenten zich op hem en de snoeperij gestort? Schijnt vaker te gebeuren, vooral in Utrecht. Terecht vind ik, naar een politieagent hoor je gewoon te luisteren. Die moet je niet brutaal uitdagen, zoals die nuffige feutjes dat onlangs deden bij het opstootje op Paardenveld. Dit geheel terzijde.
 
Maar dan open ik de voordeur. En verschijnen er geruststellende glimlachen onder die blauw bepette hoofden. „We komen voor De Hereniging”, zegt een van hen. Ze wisselen boekdelen sprekende blikken uit, zich verkneukelend op wat komen gaat.
 
Hereniging? Maar wie ben ik dan kwijtgeraakt gedurende dit leven? En waar zijn Jaap Jongbloed, Robert den Brink, of weet ik veel hoe ze heten? Heb ik soms een zwangerschap over het hoofd gezien? Van een verloren dochter, bij wie ik met terugwerkende kracht vlechtjes in het vlassige haar kan vlijten? Katten wonen hier immers niet meer na een kort, hevig sterfbed van Poekie. Maar toch, hadden poezen geen negen levens? Misschien is Poekie wederopgestaan, je weet het maar nooit. De hond zal het in ieder geval niet betreffen: die snuffelt ondertussen ongegeneerd aan de broekspijpen van die twee blauwe mannen. Ook brutaal, maar dat is des honds.
 
„Mevrouwtje, hier is dan na zéven jaar uw fiets terug”, zegt de agent, terwijl hij en zijn kompaan mij plechtig het roestige barrel overhandigen. Verbeeld ik het mij, of pinken ze nou een traantje weg? Een nog druipende kikker springt haastig van het zadel van de fiets die zich zo plots aan mij opdringt, als een spaak gelopen liefde uit een ver, ver verleden.
 
Van die gedachten die door mijn hoofd schieten als ik de krantenkop ’Vrouw uit Vianen na zeven jaar herenigd met fiets’ lees.
gepubliceerd 4 september 2019
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *