herrie

Herrie

De koffie is op en de machine – dat loeder – geeft mij onhebbelijke bevelen als ’ontkalk mij of je kan voorlopig het heen en weer krijgen’. Nou ja, of woorden van die strekking. Na een onbevredigende beker muffe thee besluit ik in alle vroegte mijn heil in een etablissement te zoeken. Laptop mee. Je weet maar nooit.

Ik ben niet de eerste, zo vroeg is het nou ook weer niet. Aan de leestafel twee vrouwen. Op de leestafel een opengeslagen krant. „Ja zeg, heb je dat ook gehoord”, zegt een van hen met het hoofd wijzend richting krant. Ze heeft hoogblond haar uit een potje van een dure kapper. Onder haar ogen wallen van het formaat waar een lui zeehondje blij van zou worden. Het gezicht doet mij denken aan een herfstige onweersbui.

„Wij wonen in de luidruchtigste gemeente van het land”, zegt ze verbolgen. De vrouw tegenover haar begint smakelijk te lachen. Ze is knap, en haar wangen blozen. „Ach, dat soort dingen houd ik echt niet bij hoor”, zegt ze opgewekt. „Nou, je kan er mooi wel dood aan gaan, aan al die takkeherrie. Tachtig mensen overlijden er jaarlijks aan. Tachtig! Die onderzoekers zouden trouwens eens bij míj thuis langs moeten komen”, zo ratelt de herfstige onweersbui door. „Oh?” De blozende veinst interesse en neemt een slokje van haar koffie. „Ja dat gesnurk van Ron hè, dat wordt met de dág erger. Ik doe al maanden geen oog dicht”, weeklaagt de herfstige. „Echt hoor, een walvis is er níets bij. En weet je hoeveel decibel geluid díe niet maakt? Serieus, een raketlancering geeft nog mínder herrie. Nu ik het er zo over heb mag ik wel van geluk spreken dat ik nog lééf.”

Ze kijkt zo ernstig dat haar vriendin het niet wáágt om te lachen. Ondertussen doemt bij mij ongewild het beeld op van de vrouw, lepeltje-lepeltje liggend met een glibberig, gonzend zeezoogdier.

Ondanks dat probeer ik nog van mijn koffie te genieten, maar het piekeren slaat toe. Hoe zit dat eigenlijk met gezondheid ondermijnende geluiden in mijn directe omgeving? In een nieuwbouwwijk wordt immers volop gebouwd. Wakker worden door aanhoudende hei-geluiden en Jan – als de morgen is gekomen – Smit, zal niet meewerken. Maar ach aan de andere kant kan je overál wel dood aan gaan, toch? Ik verdring het doemdenken en lees over de blauwe plastic walvis die de Catharijnesingel nu toch echt gaat verlaten. Het afscheid valt Utrechters zwaar. Want och, wat gaat deze leegte nu opvullen?

Wees liever blij dat het geen échte lawaaiige walvis was, denk ik dan. Waren we nu allemaal morsdood geweest.

Vergeet ik door alle consternatie koffie te kopen. Nou ja, morgen weer een dag.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *