Intertoys

Een vlaag van nostalgische gezindheid voerde mij op een zonovergoten middag in het weekend naar de speelgoedwinkel, bij mij om de hoek. Net als duizenden anderen – anders zou het zowat naar ramptoerisme rieken – had ook ik nog zo’n plastic cadeaukaart stuk te slaan.

Het was er druk. Een conglomeraat van kinderwagens verspreidde zich als een waaier over het winkelcentrum in kwestie. Kleuters klemden tevreden een doos K’nex of anderszins tussen de knuistjes. Het leek wel Sinterklaas in deze lente-se winter. Met ontluikende krokusjes in de grasstrook naast het fietspad en paaseitjes in de schappen… verwarrend…

Ernst, Bobbie en de rest – ook nostalgie – verwelkomden mij. Twee ventjes die nog in maanden verjaren tijgerden schielijk langs mijn onderbenen. Hun vaders stonden peinzend voor de schappen. Tsja, winkelen onder druk is niet fijn. Maar je moet wat…

Een bleek melkboerenhondenhaar-meisje, jaar of zes, stond zich te verlekkeren aan suikerzoete barbies. Kennelijk in een onbewaakt ogenblik, want een in een imitatiebontvel gehulde vrouw met een asymmetrisch geknipte pony kwam aansnellen en trok het schaap aan een armpje mee. „Da’s toch zeker niks voor jou, bah, al dat roze ook”, zei ze, duidelijk geen tegenspraak duldend.

Haar andere wurm – ik denk een jaartje jonger – hupste opgewonden van het ene op het andere beentje. Zijn handjes omklemden de natte droom van alle jongetjes: een glimmende brandweerauto. ”Een auto?” walgde ze, “nee hoor, die is veel te groot, daar beginnen we echt niet aan”, was haar rauwe repliek. Zijn lipje begon te trillen.

Ik wachtte lijdzaam in de rij om het spelletje koehandel af te rekenen. We deden het al een tijdje zonder een schaap en een haan, die we provisorisch hadden vervangen door een joker en een aas. Naast de kassa lag een grote schaal met gele ballonnen. Een jongetje in de winkel had er al een weten te bemachtigen en gooide ’m vrolijk in de lucht.

De wurm keek zijn moeder – het gezelschap stond voor mij in de rij – vragend aan. „Oh nee, geen spráke van. Je wéét toch hoe ik denk over ballonnen, hoe vaak heb ik niet verteld hoe schadelijk die zijn”, bitste het bontvel. Ze rekende onder meer twee plastic ridderzwaarden af.

Buiten speelden die twee met hun zojuist verworven speelgoed, terwijl het bontvel gebukt haar bakfiets van een kettingslot bevrijdde. Ze keken er toch een beetje blij bij. Gelukkig maar, dacht ik. Ik zwaaide, en het meisje zwaaide terug. Tot zover niets aan de hand. Maar toen gebeurde het. Het zwaard in haar andere hand zwiepte genadeloos tegen een wang van het bontvel, dat zojuist overeind kwam. De vrouw tierde stampvoetend, de twee stonden er wat beteuterd bij.
Toch bespeurde ik een lichte zweem van triomf in hun ogen.

gepubliceerd 27 februari 2019

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *