kantoorloos

Heb je wat geld voor me?” De vraag leek uit het niets te komen, terwijl ik met stevige tred de Action binnentrad. Verbaasd keek ik om, en zag toen mijn blik naar beneden afdwaalde een langharige man op de rand zitten van een reclamebord van de grabbelwinkel.
 
De vraag bracht mij even van mijn stuk. Bedelaars kom je in de binnenstad geregeld tegen, maar niet zo snel in de Vinex-wijk. Het voelde opeens soort van ongemakkelijk om de vleesgeworden consumptiemaatschappij met zo’n triljoen spullen waar geen touw aan valt vast te knopen – wenkbrauwkleuring, deodorant, kauwbotjes voor de hond, pijnboompitten en geurkaarsen – te betreden. Ik had bovendien geen los geld. Wilde alleen maar snel een paar rekenschriften, en een agenda kopen voor jongste zoon, en dan weer aan het werk. Had hij natuurlijk allang zelf moeten doen, maar een restje zorghormonen en de stille hoop op ijverige aantekeningen, voerden mij naar deze kakafonie van koopwaar. Want de Hema was al volledig geplunderd door een schare onstuimige scholieren. Nou ja, oudste zoon had er nog net een paar schriften kunnen weggrissen. Roze. Dat is dan weer het voordeel van generatie Z, opgroeiend met genderneutrale toiletten en sekseloze Hema-kleding. („Roze schriften: eh boeie..”)
 
Ach, als je niet vastgeplakt zit op een kantoor kom je nog eens ergens. Hoewel, laat ik als kantoorloze de zaken nu niet romantiseren, want dan zou ik u een verkeerde voorstelling van zaken geven. „Utrecht wordt kantorenstad”, zo las ik gisteren in de krant. De strekking van het verhaal was dat vooral flexibele huurkantoren bezig zijn met een opmars.
 
Een tijdje geleden besloot ik ook zo’n flexplek te huren. Een experiment. Wilde vooral ontsnappen aan de dagelijkse sleur thuis, en dit soort klusjes. En het leek mij vooral fijn om ook eens te werken zonder uitzicht op de afwas. Zo gezegd, zo gedaan. Tussen ons: in een maand tijd lukte het mij om precies één volle dag tussen de kunstplanten te zitten. Er moest op dagelijkse basis namelijk altijd wel een beugel erin of een beugel eruit, een hond naar aquatherapie, of een kind naar het ziekenhuis voor een röntgenfoto. En anders was er wel een ov-kaart kwijt, terwijl de fiets dan natuurlijk nét een lekke band had. Wanneer ik mij dan ein-de-lijk achter mijn laptop kon nestelen, nam ik dat rommelige aanrecht maar op de koop toe.
 
Een spichtig gastje van een jaar of twaalf kaapte net de laatste agenda voor mijn neus weg. Maar als een wonder vond ik tussen de hondenkluifjes nog een ander exemplaar. Roze, met glitters. “Eh boeie”, dacht ik bij mezelf en stiefelde naar de kassa.
 
De langharige bedelaar zat er trouwens niet meer. Die zag ik even later een koud colaatje drinken bij de snackbar op de hoek. Tevreden ging ik naar huis, alwaar de vaat mij opwachtte.
De Telegraaf, gepubliceerd 11 september 2019 regiopagina
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *