Kattentherapie

Bij ons in de straat struint een kat met drie pootjes rond. Een dapper ding, deinst voor niets of niemand terug en ook niet voor mijn hond. Alhoewel mijn hond misschien geen goede graadmeter is, want als je krullerig en ietwat lomplijvig bent en sullig uit de ogen kijkt, sta je als hond als gauw onderaan de rangorde voor wat betreft terugdeinsgerelateerde aangelegenheden. Aan zijn katsbrutale blik is af te lezen dat het ontbreken van dat ene pootje hem in het geheel niet heeft getraumatiseerd. Hij is gewoon níet het type dat zijn verdriet wegbunkert met kilo’s mini-sardientjes, of urenlang ligt te jammeren op de divan van de kattenpsycholoog. Maar kattenpsychologen, die bestaan toch helemaal niet roept u nu verbaasd. Ja, dat dacht ik ook, tot er van de week in mijn buurt een lezing was van een kattengedragsdeskundige. Drie vragen kwamen bij mij op: 1. Waarom in vredesnaam? 2. Hoezo in vredesnaam? en 3. Waarom in vredesnaam? Katten doen mijns inziens gewoon waar ze zin in hebben, daar valt geen éér aan te behalen. Maar inmiddels weet ik dat je het kattenleed in de wereld níet moet onderschatten. Onder die kittige pantsertjes schuilen tere zieltjes. Afstraffingen met een plantenspuit kunnen al snel chronische stress veroorzaken. Nee, wil je het gedrag van een kat veranderen, moet je álles in huis zo onaantrekkelijk mogelijk maken. Lakens over de meubelen, placemats op de aanrecht, dubbelzijdig tape op de vloer, citroenschillen door het hele huis en eucalyptusgeur in alle slaapkamers. Ik denk dat de driepotige kat in mijn straat niet meer bij zou komen van het lachen.

Telegraaf, 24 september 2015

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *