Kijkdag

Schuin tegenover mijn huis staat een te koop-bord. Pontificaal in de wadi, een grasveldje dat de schone taak heeft het Leidsche Rijnse regenwater op te vangen. Er zouden vandaag – wist ik – maar liefst 26 kijkers komen. Niet voor de wadi – wat moest je ermee – maar voor de grote geschakelde 2-onder-1-kapwoning.
 
’Een buitenkansje voor gezinnen’, zoals ze dat in makelaarsland gelikt weten te omschrijven. Het moest ook wel raar lopen als je in een buitenkansje van 5,5 ton níet een heel gezin zou kunnen onderbrengen, dacht ik cynisch. Ik liep de deur uit om met de hond een rondje te lopen. Het miezerde waterkoude druppels. Mijn oog viel op een blauw, beduimeld autootje op de parkeerplaats voor mijn huis. Er zat een wat smoezelige man achter het stuur. Een peukje bungelde aan zijn onderlip. Er stonden zelden blauwe, beduimelde autootjes in mijn straat geparkeerd, laat staan van mannen met een bungelend peukje aan de onderlip. De man keek mij aan vanuit zijn auto. Stapte uit. Liep op mij af. Hij zwabberde een beetje, zijn rug gekromd. Ik voelde mijn ademhalingsfrequentie stijgen, Ik kon zijn bedoelingen nog niet inschatten. De hond zag desondanks haar kans schoon om de wadi tevreden aan een diepsnuffelend onderzoek te onderwerpen.
 
De schlemielige man nam een hijs van zijn peuk, en frummelde met een halfleeg pakje zware shag in zijn handen. In gebrekkig Nederlands: „Iesch goeie buurt hier.” Vormden zijn woorden nu een vraag of constatering? „U wilt weten of dit een goede buurt is?” probeerde ik. „Ja iesch goeie buurt hier? ’Roestig’?”
 
Tja, dacht ik, het is maar net wat je onder rustig verstaat. Als je de vuurwerkbommen van verderop niet meetelde, was het er best rustig. En als vrouw voelde ik mij er in ieder geval veilig. De laatste keer dat ik last had van straatintimidatie – om maar even een actueel topic in Utrecht aan te snijden – bleek de sissende man in kwestie een spraakgebrek te hebben. Hij wilde mij alleen maar helpen om mijn boodschappentas naar de auto te brengen. Tja, het kan verkeren als je de veertig voorbij bent.
 
Opeens viel het kwartje. „Oh u komt natuurlijk voor het open huis”, zei ik. „Ja huis iesch voor dochter en gezin”, zei de man. „Maar moet zij dan niet zelf komen kijken?”, vroeg ik. „Nee dochter geen tijd en alleen vandaag kijkdag.” Tja, in Utrecht moest je razendsnel zijn voor een woning. Ik ontspande. Wat aandoenlijk, een vader die op zoek was naar een rustige plek voor zijn kind. „Iesch wel echt roestige, goeie buurt toch?”, vroeg hij nogmaals. „Zéker”, stelde ik hem gerust voordat hij in zijn auto stapte en roestig de straat uitreed.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *