Lantaarnpaal

 

Net een dag terug van een heerlijke vakantie aan de Adriatische zee. Neem mij derhalve niet kwalijk dat ik de vakantiesfeer en mediterrane gemoedelijkheid nog een beetje probeer vast te houden. Het is toch nog steeds komkommeren wat de klok slaat. Voor zover de klok in Utrecht slaat natuurlijk, want dat is niet altijd vanzelfsprekend.

Nadat ik mijn telefoon weer tot leven had gewekt en de laptop opengeklapt, ontving ik een alarmerend bericht over de Domtoren. ’Hij had eerder al last van de warmte’, zo las ik. ’Het metaal was gaan uitzetten waardoor tandwielen vast kwamen te zitten.’ De oorzaak van de huidige storing is nog niet duidelijk, maar het blijft voorlopig tien voor zes in Utrecht. Niks mis mee! Doorgaans zijn de werkklussen dan geklaard, en is het – zoals in Spanje – tijd voor de ’merienda’, met tapas en wijn.

Misschien probeert ook de Domtoren het vakantiegevoel vast te houden. Of maakt-ie een statement om allengs wat meer mediterrane rust te brengen in het jachtige Hollandse leven, waarin mobiele telefoon en andere digitale drugs vaak meer aandacht krijgen dan kinderen, ouders of vrienden. Niet dat ik daar helemaal verschoond van blijf, zo is ’t ook weer niet. Maar regelmatig roep ik wel tegen mijn kinderen: „Praat ik tegen een muur ofzo, leg dat takke-apparaat nú weg anders ben je het (afhankelijk van de hormoonbalans) een dag/een week/voor altijd kwijt.”

Volgens mijn referentiekader heeft praten tegen muren bepaald geen positieve betekenis, dat wellicht ten overvloede. Muren zijn sowieso nogal onhebbelijk: ze komen op je af, je loopt er tegenaan, maken een bloempje van je, hebben oren of je wordt er van het kastje naar toe gestuurd. Ik ken ook maar weinig mensen die vrijwillig tegen muren aan praten, tenzij ze knettergek zijn of dronken.
Ik keek dus best vreemd op toen het tweede bericht op mijn zojuist ontwaakte beeldscherm verscheen. Over dat we in Utrecht met z’n allen gaan communiceren met levenloze objecten. Zoals een lantaarnpaal, verkeerslicht, stadsbankje of een afvalbak. En deze ’gesprekken’ vinden plaats – u raadt het al – middels een sms, dus via de mobiele telefoon. Het project betreft ’een doorkijkje naar een toekomst waarin technologie de mogelijkheid schept om ook fysieke objecten deel te maken van ons sociale netwerk.’ Ik stel mij zo voor dat ik binnenkort een Facebook-uitnodiging krijg van Groezeltje, de afvalcontainer of Carmen de stroomkast.

’Hallo Lantaarnpaal Utrecht’, zoals het project heet, hoopt volgens de bedenkers ’te ontdekken hoe mensen de stad beleven’. Hallo Lantaarnpaal Utrecht, ik heb misschien een ideetje. Ga eens om tien voor zes – Domtorense tijd – op een terras zitten, of in een kroeg. Bestel tapas en wijn en praat écht met mensen (tenzij ze knettergek zijn of dronken).

gepubliceerd: 15 augustus 2018

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *