Lieve Mona

Lieve Mona

Het was niet louter mijn schuld. Labradoodle heeft immers ook de jaren des onderscheids bereikt, en zou beter moeten weten. Maar het is een typetje, die hond van mij. Ze ligt het liefst niet op haar eigen luxe hondenkussen – een stylish verantwoorde zitzak die ze op enig moment heeft weten in te pikken – maar op de lederen bank. Bij voorkeur met haar vaalwitte, wollige lijf op het zachte schapenkleedje, naadloos in elkaar overlopend.

Zodra ik mijn huis verlaat, verdwijnt ze met rasse schreden naar boven, om daar stiekem op mijn bed een dutje te doen. Niets hondelijks is haar vreemd. En ze weet oh zo goed dat ik eerst nog een paar keer binnenstuif – als een op hol geslagen koekoek – voordat ik écht weg ben, omdat ik altijd wel een telefoon/tas/beker koffie/laptop of de complete inhoud van mijn hoofd vergeet mee te nemen. Daarná pas ziet ze haar kans schoon, zo gehaaid is ze.

Dit was er aan de hand. Zoon had een groot schoolfeest in dansbunker Brothers in Bunnik. Kort nadat ik vernam dat hij huiswaarts was in een file van puberferomonen – verbloemd door de wilde frisheid van limoenen en leer en koekjes van Axe – dommelde ik in een diepe slaap. Op het schapenkleedje (de hond had het nakijken). En zo ontging mij dat zoon even later met een beker Mona-chocoladepudding naar zijn slaapkamer stiefelde.

In de hectiek van de volgende dag had ik deze half leeggelepelde beker naast zijn bed voor kennisgeving aangenomen, vanwege beugelcontroles/mentorgesprekken/kinderpostzegelverkopers die verwarrend genoeg ook theezakjes, wenskaarten met bloemzaden en pleisters probeerden te slijten.

Eerst rond etenstijd signaleerde ik een paar tinten donkerdere hondensnuit. Gezichtsbedrog? Ik onderzocht het groezelig aangezicht nader. Opeens rook ik het: muffige chocola. Oh nee, die Mona-pudding! Chocola kan levensgevaarlijk zijn voor honden! Snel las ik de ingrediënten. Op het etiket niets over de hoeveelheid cacao. Dan maar googelen op Mona-pudding, ook al geen alledaagse bezigheid. ’Chat met Mona’, zo las ik. Huh, kon dat ook al? Maar hoe begin je dan zo’n chat? Met ’Lieve Mona’? En het was etenstijd, misschien laafde Mona zichzelf net aan een bananenpudding met van die gore zoete saus?
Nee warempel, meteen een reactie. Mona bleek een vriendelijke jongeman te zijn, wel een die niet wist hoeveel chocola er in pudding zit. Hij kon het navragen maar ’dan wisten we het woensdag pas’, zo chatte hij. Maar dat was over vijf dagen!

Ondertussen had ik al contact met de dierenarts. Die maakte zich gelukkig niet te sappel: ’Ach joh, in een chocoladepudding zit meestal nauwelijks chocola’. Madame leek zo te zien ook nergens last van te hebben, en keek bovendien nogal triomfantelijk vanaf haar divan. Wat er dan wel precies in chocoladepudding zit? Dat weet geen hond. En nee, zélfs Mona niet.

De Telegraaf, 2 oktober 2019

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *