camping-reviews (en wat je daar nooit leest)

camping-reviews (column)

Wat fijn om weer thuis te zijn in Leidsche Rijn. Het was nog heerlijker dan voorgaande zomers om te ontdekken dat de tuin nóg groener was geworden en de peertjes in de bomen verder waren opgebold.

En die stilte. De serene stilte in de wijk, omdat de helft van de bevolking nog wél ergens rondhangt op een schreeuwerige camping aan de Costa del Hel. Maar het moet gezegd: na een paar weken camping kan ik het leven weer príma relativeren. Zelfs de krantenbezorger die midden in de nacht over de stoep knettert op zijn brommertje, bezorgt mij nu een glimlach. Ik overwoog een vers kopje koffie klaar te zetten naast de brievenbus; ik kan soms doorslaan in die dingen.

Heus, ik had mij gedegen voorbereid op een paar weken Adriatische kust. Dacht dat ik wel toe was aan next-level kamperen: in een safaritent zonder toilet, douche en stromend water. Er zijn weliswaar landen waar nog steeds wordt gestreden voor een van de belangrijkste primaire behoeftes – een toilet voor ieder huishouden – maar toch delen we in de zomer uit vrije wil met z’n honderden een twintig-onder-een-kap-toiletgebouw. Staan we in de rij voor krappe douchehokjes, met de voeten in andermans anti-roosshampoo-sopje. Kan ik wel aan, zo dacht ik optimistisch.

Grondig camping-onderzoeksjournalistiek ging vooraf aan de reservering. Levendigheid oké, maar wel graag nachtrust. Je gaat tenslotte maar één keer per jaar op zomervakantie. Natuurlijk moesten de zonen zich er kunnen vermaken (lees: goede wifi). Belangrijk voor mij ook als prille kampeerder-zonder-sanitair: een schoon toiletgebouw. Maanden zwierf ik rond in de schokkende wereld van online-reviews, tot ik dé perfecte camping had gevonden. Zonder handdoekje-leggers, muizen of ratten onder de tent (ik verzin het niet), of koude douches. Een slimme meid is op haar camping voorbereid!

Het zwembad was groot, de zee dichtbij, en de pijnbomen schilderachtig. Een struise vrouw maakte onvermoeibaar en bewonderenswaardig de toiletten schoon, ook al hadden sommige mensen er schaamteloos schijt aan hoe ze die achterlieten. De lieve mevrouw in het winkeltje met de heerlijke croissants probeerde iedereen in eigen taal – en niet onverdienstelijk – te woord te staan. De kinderen bleken nauwelijks behoefte te hebben aan alle faciliteiten, van schreeuwerige ochtendgym tot de herrie-disco ‘s avonds. Ach, het was heerlijk om samen met ze te keuvelen, te genieten van lekker eten en de ondergaande zon, terwijl zij ondertussen snapchatten.

Maar niemand, echt niemand waarschuwde mij dat ik de vakantie samen zou doorbrengen met een gestrest stel dat elkaar dagelijks voor dag en dauw de tent uit vocht over luttele zaken als de hoeveelheid zonnebrand die de een bij de ander opsmeerde, of over slappe koffie. Het was alsof de twee al even overspannen kinderen – regelmatig opgemonterd door een paar ferme corrigerende tikken – iedere ochtend de boel bij elkaar krijsten in míjn slaapcabine. En ook de stomdronken jongeman die de gewoonte had midden in de nacht – overmand door emoties – zijn vriendin in Nederland te facetimen, had ik beslist niet op het lijstje van medereizigers toegevoegd. Om nog maar te zwijgen over die terror-teckel van de overkant, die zich alleenheerser over de camping waande. Schreven ze allemaal niets over in die reviews.

Na anderhalve week vroeg ik mezelf vertwijfeld af wat er eigenlijk mis was met alleen maar een paar ratten of muizen onder de tent.

gepubliceerd: De Telegraaf d.d. 21 augustus 2019

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *