Stoepkrijtverbod

Een APV, een algemene plaatselijke verordening, is een regeling die geldt voor iedereen binnen een bepaalde gemeente. Elke gemeente heeft zo’n lokale regelgeving, meestal vastgesteld door de gemeenteraad. Het zijn met andere woorden regels die we met z’n allen vaststellen om de boel een beetje netjes en leefbaar te houden voor iedereen.
 
Altijd dacht ik dat ik de regels wel als een soort van vroom burgerin naleefde, ook al ken ik die APV natuurlijk ook niet uit mijn blote hoofd. Wie wel. Wanneer een naslagwerk begint met artikel 1, lid 1 en eindigt met artikel ontelbaar, lid ontelbaar, ben ik in ieder geval al snel geneigd een middagdutje te doen in het warme zonnetje. Maar met logisch nadenken kom je een heel eind, tenminste, zou je denken. Ik ben daar nu toch wat onzeker over geworden. Om te beginnen blijkt dat ik mijn kleuters van weleer heb aangezet tot het overtreden van artikel 122, lid 1 oftewel het ’verbod tot plakken’. Ik geef het maar ruiterlijk toe, ik ben nog een recidivist ook. En mijn kleuters waren hardnekkige krijtcriminelen. De schobbejakken, de deugnieten, het schorriemorrie! Een en ander is wat uitgebreider omschreven in de Nota Klad- en plakvandalisme uit 1997, waaruit onder meer blijkt dat je niet mag stoepkrijten. Zo staat het er niet helemaal, maar het komt er in gewone-mensentaal op neer dat het tekenen van een hink-stap-sprongparcours úiterst verboden is.
 
Omdat studenten van de Utrechtse faculteit Geesteswetenschappen – als protest tegen bezuinigingen op hun studie – met stoepkrijt teksten op straat hadden gekalkt, kregen ze hiervoor een boete van 140 euro. Nanananana. Nu bestaat er wel wat onduidelijkheid over het goedje dat uit die spuitbus kwam – of dat het ouderwetse, niet regenbuibestendig stoepkrijt was of niet – maar als het wel zo was, vind ik die boete best wel een beetje ehm… kinderachtig. Vandaag organiseert om die reden de SP – tegen alle regels in – een stoepkrijtwedstrijd op de Stadhuisbrug in Utrecht, waarvoor alle kinderen worden uitgenodigd.
 
Het einde is immers zoek, want als stoepkrijt niet mag, hoe zit het dan eigenlijk met bellenblaas? Die door de wind aangedreven zeepbel-apparaatjes langs de Oudegracht afgelopen weekend mogen dan wel leuk en aardig zijn, maar rondvliegende zeepbellen zijn feitelijk toch een beetje van hetzelfde kaliber als een stoepkrijttekening, niet waar? Ook al gaat het om biologisch afbreekbare zeepsopbellen (het moet gezegd). En hoe zit het dan eigenlijk met bokkie springen in het openbaar, of haasje over, eendjes vangen zonder vergunning, zaklopen. Of ongegeneerd aan een ijsje likken. Zo kan ik nog wel even doorgaan. Zoals ik al eerder meldde, het einde is volstrekt zoek.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *