Vijftien

’Mam, ik ga maaltijden bezorgen voor het shoarma-restaurant in het dorp. Verdient súper goed”, verkondigde zoon (15) met stelligheid. Omdat we hem al een tijdje stimuleren om een baantje te zoeken – voor naast het oppassen op de buurkinderen en grasmaaiklusjes voor intimi – wilde ik niet diréct laten merken dat mijn hart twee slagen oversloeg. Dat het voelde alsof er een opgezwollen tuinslang via mijn slokdarm naar binnenkroop, waarna deze zich in driedubbele knopen door mijn buik manoeuvreerde. Ik piepte nog hees: „Maar vakken vullen is óók heel leuk.” En stukken veiliger. Maar dat zei ik niet hardop.

Ik krijg regelmatig verwijten van het pubervolk in huis. Ik ben belachelijk bezorgd, bovendien lees ik de hele dag te veel ’spookverhalen’. Maar ja, laten die spookverhalen nu toch wel de realiteit zijn. Tuurlijk stel ik hen – en vooral mezelf – regelmatig gerust: nieuws is immers nieuws omdat het voorval in kwestie niet vaak gebeurt. Wil mijn kinderen niet belasten met te veel narigheid die ik door mijn werk bij de krant absorbeer. Ik probeer mijn moederlijke bezorgdheid heus wel te doseren, al vinden zij van niet. „Jahaa mam, lachgas is gevaarlijk. Neehee mam geen alcohol. Okeehee mam nu weten we wel dat je van xtc dood kan gaan.”

En: „jahaa, tuurlijk kijk ik uit onderweg op de fiets…” Loslaten. Vijftien.

De wereld ligt open als je vijftien bent. Wel kost alles verdraaid veel ’doekoes’. Het zakgeld dekt de hedendaagse puberbegroting niet. Een smartphone floept op miraculeuze wijze uit een jaszak – geen puber is een leugentje ter voorkoming van een hyperventilerende moeder vreemd – waarna die, zoals het de wet van Murphy betaamt, met de glasplaat op de stenen keilt.

De rechtszaak naar aanleiding van Ruiz, een jongen van vijftien die tijdens zijn bijbaantje – het bezorgen van maaltijden – werd doodgereden door een te hard rijdende automobilist, deed het gebied tussen mijn keel en maagstreek opnieuw samentrekken. Net als in januari na dit in- en in-verdrietige nieuws. Zijn ouders hadden zijn foto meegenomen naar de rechtbank. Ingelijst. Zijn moeder vertelde emotioneel hoe ze hem voor de laatste keer gedag zei, niet beseffende dat het de laatste keer was. De wereld lag een half jaar geleden nog open voor Ruiz. Nu is hij vijftien jaar, voor altijd.

„Mama ik heb een baantje!” Zoon staat daags na de treurige rechtszaak uitgelaten op de oprit. Blozende wangen. Nat door de regen. Fiets nog tussen de benen, en zijn gehavende telefoon in zijn hand. Zijn eerste echte baantje, helemaal zelf geregeld. Hij glundert. Ik zeg dat ik trots op hem ben. Hij is vijftien jaar en de wereld ligt open voor hem. Maar laat die wereld alsjeblieft wel een beetje meewerken.

Gepublicieerd in de Telegraaf d.d. 7 augustus 2019

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *