Wintertijd

De bladeren golven zachtjes door de straten als een gele ritselende zee. Ze weten niet zo goed waar ze naar toe moeten, daarom klitten ze maar wat aan elkaar. Sommige bomen in de prille wijk nemen voor het eerst afscheid van hun knisperende kloffie. Net als pasgeboren baby’s die hun donshaartjes verliezen.
De klok pakt na een woelige wintertijdnacht de draad gewoon weer op, een uurtje extra draaien kost hem geen enkele moeite. Hij tikt gewoon lekker door, of het nu wintertijd is of niet. Alleen wij zijn van slag. Gelukkig geeft de zomer ons een zonnige toegift, dat zij zich weinig aantrekt van de wintertijd maakt veel goed. Ik zie buurtbewoners gezamenlijk hun straatje schoon vegen in de warme herfstzon. Ze kijken elkaar soms veelbetekenend aan, wetende dat dit straks écht voorbij zal zijn. De bomen zijn dan kaal, er valt geen enkel blaadje meer te halen voor de wind. Die zet dan een tandje bij, hij doet het er gewoon om. Iedereen zegt elkaar slechts nog vluchtig gedag, schichtig weggedoken in hun capuchons, onder paraplu’s.
’s Avonds is het meteen al vroeg donker, de wintertijd is daarin onverbiddellijk. Ik slenter langs de net opgeleverde huizen in mijn buurt. Sommige nog onbewoond. Ze warmen zich op voor de nieuwe bewoners. De verse verflucht baant zich een weg door de dakramen naar buiten. De ramen wachten op gordijnen of van die hippe shutters. De maagdelijke dakpannen liggen nog wat onwennig op de daken, weten zíj veel wat hen te wachten staat. Storm, hagel, regen, sneeuw: ze krijgen het allemaal over zich heen. Maar ze zijn nog jong, ze kunnen wel tegen een stootje. De volgende wintertijd weten ze niet beter.

Telegraaf 31.10.2015

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *