Zien

Onlangs ontdekte ik dat mijn zoon niet zo goed kan zien, waardoor hij tijdens het sporten een bal vermoedelijk niet had zien aankomen. Schrikbarende buil, vlak naast zijn oog. Zo’n Donald Duck-exemplaar, waar altijd  van die tjilpende vogeltjes omheen fladderen. Bij de spoedeisende hulp van het St. Antonius kwam bij toeval zijn beperkte blikveld boven water.

Bij de opticien – zoon wilde lenzen – zag een medewerker mij turen naar mijn toch al niet zo’n bescheiden telefoonscherm, met maximale lettergrootte en dito verlichting, niet onderdoend voor een gedegen bouwlamp. Nu moet u weten dat mijn ogen nog in een ontkenningsfase verkeren. Zij naderen tenslotte nog maar net de leeftijd die Emile Ratelband driftig nastreeft. Zouden mijn ogen desalniettemin besluiten een rechtszaak aan te spannen voor leeftijdsvermindering, zou dat beslist een kansloze exercitie worden.

“Zou u zelf óók niet eens een afspraak maken voor een meting?”, klonk het opeens. Van schrik stopte ik met het nog groter maken van de letters op het telefoonscherm, met behulp van wijsvinger en duim. “Oh nee hoor, bén je gek, niks aan de hand hoor. Ik ben gewoon een luie lezer”, was mijn repliek aan de beste man.

Toen ik een maand later via internet een bestelling deed voor een nieuwe voorraad lenzen voor mijn jongste – zonder tussenkomst van de strenge opticien – werden mijn creditcardgegevens gestolen. Zal je altijd eh..zien. Karma. Na spoedig contact met de bank werd de pas direct geblokkeerd, een paar dagen later ontving ik een nieuwe. Het leven ging gewoon verder.

Tot ik van de week voor de kassa stond in SoLow, het onzinspullenparadijs, met een mand vol troep als zadelhoesjes met een print van groene blaadjes en foute kerstsokken. Gossamme. Betaalpas in een andere tas. Door een speling van het lot herinnerde ik mij plots dat ik de enveloppen met de nieuwe creditcard en de pincode een keer in mijn tas had gestopt, ‘voor het geval dat’. Na een telefoontje was de pas geactiveerd, en ik ontcijferde – met enige moeite – de pincode die op toverpapier was meegeleverd. Niks aan de hand.

Toen ik later in de schemerige garage voor de parkeerpaal stond en ‘dertig cent’ verscheen in het display, brak het zweet mij uit. Een rij auto’s achter mij, ik kon niet meer terug. Waar was die verdomde pincode nou! Ah, in mijn zak. Help, ik kon het snippertje met geen mogelijkheid ontcijferen. Hyperventilerend belde ik de parkeermeneer. Gelukkig streek die over zijn hart.

Tijdens het inpakken voor het heerlijk avondje vroeg Echtgenoot waarom ik eigenlijk zadelhoesjes met wietblaadjes had gekocht. “Ach, moet je ruim zien”, zei ik.

Morgen ga naar de opticien, heus.

info@ursulavanduin.nl

(De Telegraaf 5 december 2018)

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *